Diagram 5.2 Attribuutverwoording

Description of the diagram 5.2 Attribuutverwoording

In Attribuutverwoording wordt de structuur geboden om een verwoording vast te leggen van een willekeurig attribuut. Dat gebeurt door een structuur in de vorm waarin het attribuut middels vaste tekstdelen verbonden wordt aan een Unieke Identificator die behoort tot de Begripsentiteit waar het te verwoorden Attribuut toe behoort. Denk bijvoorbeeld aan attribuut <haarkleur-code> behorend bij begripsentiteit <Persoon> geïdentificeerd door <Persoon-ID> en <Landcode> dan zou een attribuutverwoording er uit kunnen zien als “De persoon met <Persoon-ID> woonachtig in <Landcode> heeft als kleur haar <haarkleur-code>”. Deze voorbeeldverwoording bestaat respectievelijk uit een vast tekstdeel, een unieke identificator attribuut, een vast tekstdeel, een unieke identificator attribuut, wederom een vast tekstdeel en wordt afgesloten met het attribuut dat verwoord wordt.